Gevolgd: workshop infilling and inpainting

In Oktober 2017 heb ik in Amsterdam de drie-daagse workshop gevolgd Inpainting  and Loss Compensation on Paper. De workshop werd gegeven door Rita Udina en Amparo Escolano. Zij vertelde ons over verschillende manieren om de kleur en textuur  van ontbrekende delen in je tekening zo goed mogelijk gelijkend te krijgen met het origineel. Hiervoor gebruiken ze bijvoorbeeld mallen om de textuur van het origineel over te nemen. Ook werd uitgebreid het gebruik van cellulose poeder en de het aanbrengen met de airbrush geoefend. Het was een workshop vol nieuwe technieken en er was genoeg tijd om deze te oefenen.

 

Gevolgd: Workshop Japans papierscheppen

In september 2017 volgde ik de twee-daagse workshop Japans papierscheppen in Haren (Groningen) in de prachtige studio van Pien Rotterdam (Water Leaf Paper & Words). De workshop werd gegeven door Rogier Uitenboogaart, een Nederlander die al meer dan 30 jaar in Japan woont en daar het vak van het Japans papierscheppen door en door heeft geleerd en zijn eigen papierscheppen workshop heeft. Daarnaast verbouwt hij, als een van de weinige papierscheppers, ook zijn eigen papierplanten. Hij verbouwt Kozo, Mitsumata en hoog in de bergen zijn de Gampi planten te vinden waarvan het niet mogelijk is om deze te cultiveren.

Tijdens de workshop hadden we de mogelijkheid om delen van het verwerken van de plant vezel zelf te doen. Daarnaast was er veel tijd voor het papier  scheppen met de drie verschillende vezels: Kozo, Mitsumata en Gampi.

Rogier deelde veel informatie met ons over de verwerking van de planten en de eigenschappen van de drie verschillende vezels. Tijdens het scheppen konden we zelf ervaren hoe het was om op de Japanse manier papier te scheppen (zeer anders dan de westerse manier, en ook weer anders dan de Koreaanse manier, zie een eerder bericht). En het was zeer interessant om eens met eigen ogen en handen te kunnen zien en voelen hoe de vezels reageren tijdens het scheppen en drogen.

Het was een fantastische workshop, en het resultaat was meer dan 25 vel zelf geschept Japans papier!

Georganiseerd: workshop Islamic Bookbinding

Van 24-28 Juli 2017 heb ik in Kuala Lumpur bij het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) een workshop georganiseerd over Islamic Bookbinding speciaal voor restauratoren. De workshop werd gepresenteerd door Dr. Karin Scheper. Zij werkt in de UB Leiden en heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de collectie Islamitische boekbanden in de bibliotheek. Hierop is zij gepromoveerd en heeft is het boek “The Technique of Islamic Bookbinding” in 2015 uitgegeven bij Brill. 

De 11  internationale deelnemers van de workshop kwamen uit verschillende landen zoals: Australie, Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten. Ook de papierrestauratoren uit het museum namen deel aan de workshop en konden zo hun kennis op het gebied van boeken vergroten en contacten leggen met de internationale deelnemers.

Gevolgd: Hanji papierscheppen

Hanji papier scheppen (deel 2)

Het maken van Hanji papier is een zeer arbeidsintensief en langdurig en precies proces voor het gemak heb ik het hier opgedeeld in zeven stappen die ik elk uitleg.

De moerbeiboom: groei, oogst en gebruik.

De moerbeiboom (dak) is waar alles om draait. Er wordt altijd met eenjarige takken gewerkt. Tijdens de groei worden kleine uitgroeisels aan de takken zoveel mogelijk gesnoeid zodat alle energie in de tak gaat zitten. Daarnaast wil de papiermaker een zo’n recht mogelijke tak hebben. Dat levert de beste kwaliteit vezels op. Bij het snoeien van de dak, tussen november en februari, worden de takken afgeknipt tot ongeveer 10 cm boven de grond. Het volgende jaar groeien hier weer nieuwe takken uit. Na zeven jaar heb je de beste kwaliteit dak.

IMG_2942.jpg

Stomen, drogen en schrapen

De gesnoeide takken worden gebundeld en verticaal in een grote ketel met een laagje water gezet. Daaronder wordt een houtvuur gestookt. De stengels worden afgedekt en het geheel wordt zo’n vijf tot acht uur gestoomd (dakmuji). Door het stomen krimpt de bast een beetje, waardoor deze makkelijk los te halen is.

Na het loshalen van de bast blijft er een witte kale tak over. Dit is een restproduct. Meestal worden er vuurtjes van gestookt. De bast bestaat uit een bruin/groen buitenste deel (heukpi) en een wit binnenste deel (baekpi). Na drogen kan de bast het gehele jaar worden verwerkt. Voor een hoge kwaliteit papier kan alleen het binnenste gedeelte worden gebruikt. Soms wordt ook het buitenste deel van de bast benut. Zo ontstaat een decoratief papier dat bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor het maken van behang.

Om het witte en het bruine deel te scheiden wordt de bast geweekt in water en geschraapt. Dit is een zwaar en arbeidsintensief onderdeel van het proces maar cruciaal om een schone witte vezel te krijgen.

Omdat de arbeidskosten steeds hoger worden wordt deze stap steeds vaker overgeslagen. De gehele bast wordt dan gebruikt en gebleekt. Het resultaat is een relatief goedkoop papier van (veel) lagere kwaliteit. 

Koken en spoelen

De schoongeschraapte bast wordt gekookt in een alkalische oplossing (jeunghae). Hiervoor is as nodig, verkregen uit het verbranden van verschillende gewassen (sojabonen, katoen, peperplanten). De grote zakken as zijn het meest waardevolle bezit van de papiermaker. Het produceren van goede as is ook arbeidsintensief werk en de kans op mislukking – een verkeerde pH-waarde – is relatief groot. Om deze reden gebruiken veel papiermakers tegenwoordig kant-en-klare oplossingen (natriumcarbonaat of natriumhydroxide).

Na het koken worden de vezels grondig gewassen totdat er geen enkele vervuiling meer in zit. Ook kunnen de vezels enkele dagen in de zon worden gezet, in grote bakken in het water, om zo de vezel te bleken en een nog witter papier te krijgen. 

Het slaan en/of malen van de vezels

Na het koken zijn de vezels nog steeds als bundels aan elkaar verbonden. Om de individuele vezels van elkaar los te krijgen (zodat ze geschept kunnen worden) moeten ze worden geslagen (gohae). Er zijn nog steeds enkele papiermakers die dit met de hand doen. Zij leggen de vezels op een groot, plat stuk graniet en bewerken het vervolgens langdurig met een lange houten stok. We hebben het zelf ook geprobeerd: een fijn karwij als je wat energie kwijt moet, maar dus ook erg zwaar. Tegenwoordig gebruiken de meeste papiermakers een machine die de vezels in vijf minuten maalt, waarna ze klaar zijn voor gebruik. Ook bij deze stap wordt er voortdurend gecontroleerd op overgebleven vuil. 

Dakpul: een viskeuze substantie

Om papier te kunnen scheppen moeten de vezels worden gemengd met water. Om te voorkomen dat de vezels direct naar de bodem van het vat zinken en samenklonteren worden de vezels in dispersie gebracht met behulp van een viskeuze vloeistof. In Korea gebruiken ze hiervoor, net als in Japan, de wortel van de hibiscus maar net een andere soort (hibiscus manihot). De temperatuur is hierbij van groot belang. Hoe kouder het water, hoe hoger de viscositeit. Wij mochten zelf de wortel uit de grond trekken, die vervolgens werd schoongespoeld en gestampt in een grote bak met water. Het product was een zeer viskeuze substantie die werd opgevangen en toegevoegd aan het mengsel van water en vezels.

Webal: papierscheppen

Toen het vat gevuld was met water, dakpul en de pulp van vezels (3%) konden we beginnen met scheppen. We hebben twee technieken geprobeerd: heulimtteugi (ook wel webaltteugi genoemd), een typische Koreaanse techniek, en gadumtteugi, de scheptechniek die ook in Japan wordt gebruikt. Bij de meer bekende Japanse techniek, gadumtteugi, wordt het mengsel van water en pulp langs de voorzijde van het schepraam opgeschept, (heftig) naar voor en achter geschud en vervolgens aan de achterzijde weer eruit gegooid. Een schepraam houdt het mengsel enige tijd op de zeef. Bij heulimtteugi wordt er van links naar rechts geschept en voortdurend door het water heen. Het water/pulp mengsel glijdt dus in een continue beweging heen en weer over het oppervlak van de zeef om er aan de tegenovergestelde kant weer van af te glijden. Er wordt geen raam op de zeef gelegd en het water wordt dus ook niet vastgehouden. De techniek is dus zeer dynamisch en verreist minstens twintig keer scheppen in het water om genoeg vezels op de zeef te krijgen (daar waar je met de gadumtteugi techniek na 2-3 keer scheppen klaar bent).

Terwijl de gadumtteugi techniek een papier oplevert met een relatief sterke looprichting (in de richting van de korte zijde), levert de heulimtteugi techniek een papier op waarin de vezels kriskras in elkaar grijpen. Het resultaat is een zeer sterk papier zonder duidelijke looprichting.

De heulimtteugi techniek heeft ook nog een ander opvallend kenmerk. In tegenstelling tot de Japanse techniek heeft de zeef geen doorlopende kettinglijnen. Deze lopen slechts tot de helft en verspringen dan een stukje. De reden hiervoor is dat hanji papier meestal uit twee lagen bestaat. Bij doorlopende kettinglijnen zou het papier op de betreffende plek heel zwak worden. Doordat de kettinglijnen verspringen, en doordat bij het koetsen van het papier de zeef wordt omgedraaid ten opzichte van het vorige vel, komen de kettinglijnen van de twee lagen niet op elkaar terecht en ontstaat er geen zwakke plek. 

Persen, drogen en gladmaken

Nadat de papierschepper een flinke stapel papier heeft geschept (alle geschepte vellen worden op elkaar gelegd), wordt de gehele stapel gedurende een nacht in een hydraulische pers gezet. Zo wordt al het overtollige water eruit geduwd. De volgende dag worden de vellen papier voorzichtig van elkaar los getrokken en gedroogd. Tijdens het scheppen is tussen elk vel een blauwe draad gelegd zodat duidelijk is waar een nieuw vel begint. Het vel papier wordt met behulp van een stok langs de lange zijde los getrokken en op een stalen tafel geplaatst die verwarmd is. Vervolgens moet in een razend snel tempo het vel worden aangeduwd met een grote borstel zodat het papier goed strak tegen het stalen oppervlak zit en mooi glad opdroogt. Het drogen op de stalen tafel duurt zo’n drie minuten. Hanji papier kan dan nog op verschillende manier afgewerkt worden. Een traditionele manier is het gebruik van een dochim. Dit is een grote houten arm die hard neerslaat op een blok graniet. Hiertussen wordt een dik pak papier gelegd (zo’n honderd vel per keer) en zo wordt het papier hard gestampt en in feite gekalanderd. Het papier krijgt zo een dicht oppervlak waardoor het bijvoorbeeld zeer geschikt wordt voor kalligrafie. De inkt wordt dan niet al te zeer door het papier opgezogen.

Gevolgd: workshop Pigmenten en de polarisatie microscoop

Pigmenten en de polarisatie microscoop

(Dit verslag verscheen eerder in Au Courant jan. 2014)

In mei 2013 volgde ik de vijf-daagse cursus ‘Pigments and the Polarising Microscope’, gegeven door Peter McTaggert (en aangeboden via Acadamic Projects, Londen). Peter was restaurator van klavecimbels en heeft tijdens zijn werk veel pigment-onderzoek gedaan. Hiermee heeft hij al 60 (!) jaar evaring. Deze workshop geeft hij nu dertig jaar. Toen hij ermee begon, in de jaren ’80, dacht hij na drie keer wel zo’n beetje alle belangstellenden te hebben gehad. Niets bleek minder waar. Mensen van over de hele wereld komen nog steeds ieder jaar voor de workshop, die hij geeft in zijn eigen huis in Somerset (UK). Ondertussen is Peter al ver in de tachtig, en lijkt het er helaas op dat 2013 het laatste jaar was dat hij de workshop gaf.

De workshop draait om het leren herkennen van pigmenten met behulp van een polarisatiemicroscoop. Dit is een type doorlichtmicroscoop met twee polarisatiefilters. Deze filters laten alleen licht door in een bepaalde richting. Als je de filters zo draait dat ze gekruist op elkaar komen te staan laten ze dus geen licht meer door. Het pigment ligt tussen de twee filters. Veel pigmenten zijn optisch anisotroop, wat betekent dat, als er een lichtstraal op valt die maar in één richting golft, het kristal (van het pigment) ervoor zorgt dat het licht er in twee stralen uitkomt. Zo ontstaat het verschijnsel dat ‘dubbele breking’ wordt genoemd, en waarmee pigmenten te herkennen zijn.

De vijf dagen waren lang en intensief. In totaal waren er vier cursisten: met mij twee schilderijen-restauratoren, een muurschildering-restaurator. Laat me proberen in het kort een indruk te geven van wat er zoal voorbij is gekomen tijdens de workshop.

Op de eerste dag leerden we over de werking van de polarisatiemicroscoop, de verschillende onderdelen en toepassingen ervan. Dit was een grondige introductie: we kregen nog geen pigment te zien. Peter ging in op de constructie en het gebruik van de microscoop, de werking van de lenzen en de breking van licht.

Ook kregen we uitleg over hoe je de microscoop precies moet instellen om het best mogelijke beeld te bereiken (een dergelijke uitleg is ook te vinden op diverse websites, bijvoorbeeld www.microscopyu.com/tutorials/java/kohler).

Dag 1 was er vooral op gericht dat, mocht je na de cursus zelf een microscoop willen aanschaffen, je precies zou weten waarop je moet letten, en welke eigenschappen de verschillende onderdelen moeten hebben. Peter vertelde herhaaldelijk dat je voor het herkennen van pigmenten niet de allermooiste of duurste hightech microscoop nodig hebt. Tijdens de cursus werkten we elke dag met een andere microscoop, variërend van onbekende, goedkope Russische modellen tot een state of the art jaren ‘50 microscoop van Zeiss. Inderdaad konden we met al deze microscopen goed uit de voeten.

De tweede en derde dag gingen voornamelijk over de breking van licht in kristalstructuren en de verschillende eigenschappen van kristallen (zoals isotropie en anisotropie, brekingindex, reliëf, interferentiefiguren, elongatie, uitdovingshoeken en pleochroïsme) en hoe je deze eigenschappen herkent. Duidelijk werd dat elk pigment één of een aantal van deze eigenschappen heeft, en dat dit de doorslag geeft voor het identificatieproces. Dit was behoorlijk ingewikkelde theorie, maar Peter wist het helder uit te leggen, daarbij gebruik makend van leuke, zelfgemaakte voorbeelden waardoor het allemaal goed te volgen en begrijpen was.

Een voorbeeld met betrekking tot de eigenschappen ‘isotroop’ en ‘anisotroop’. Bij isotrope mineralen heeft het licht in alle richtingen binnen het kristal dezelfde snelheid. Er is dan sprake van een brekingsindex. Kwarts is anisotroop. Het licht dat uit de polarisator komt trilt in een vlak en is dus gepolariseerd. Als het vervolgens door het kwartskristalletje gaat splitst de enkele lichtstraal zich in twee afzonderlijke lichtstralen die in onderling loodrechte vlakken trillen. Elk van deze lichtstralen gaat met een andere snelheid door het kristal heen en heeft dus een eigen brekingsindex. Dit noemt men ‘dubbelbrekend’.

Op dag 4 en 5 hebben we zo’n 100 verschillende pigmenten, één voor één, bekeken en besproken. De cursus eindigde met een test, waarbij we 5 onbekende pigmenten en 5 mixen van pigmenten zelfstandig moesten identificeren. Dit lukte me met uitzondering van één pigment.

Het identificeren van pigmenten is iets wat je voortdurend moet bijhouden door te oefenen. Zelf heb ik dan ook recent een polarisatiemicroscoop aangeschaft via Ebay. Inclusief een aantal extra lenzen was ik zo’n 150 Euro kwijt aan een kwalitatief goede microscoop van het merk Meyopta. Er is dus een relatief kleine investering nodig om deze onderzoekstechniek in huis te halen. Voor mij ging er tijdens de workshop een nieuwe wereld open. Ik raakte gefascineerd door de prachtige kleurrijke beelden die een polarisatiemicroscoop mij toonde, en ik hoop in de toekomst deze techniek ook vaker tijdens mijn werk te kunnen gebruiken.