Perkamentdagen

Samen met mijn collega’s Elly Pouwels, Natasha Herman en Herre de Vries vormen wij de werkgroep ‘Perkament’ van Restauratoren Nederland. Op 16 februari en 16 maart organiseerde we twee dagen over perkament.

Onderstande tekst is een uittreksel van het verslag geschreven door Nancy Knaap in de Au Courant (juni 2018, verenigingsblad van RN). Klik hier voor de volledige tekst.

De eerste dag vond plaats in het Utrechts Archief. Na een korte introductie lichtten de organisatoren elk hun eigen deel van het verhaal toe op een eigen plek in de ruimte.
De groep deelnemers werd hiertoe in kleine groepjes verdeeld die volgens een schema langs alle organisatoren gingen gedurende de dag.
[…]

Eliza Jacobi liet de deelnemers verschillende methoden zien om perkament te monteren voor expositie. Dit is niet eenvoudig omdat perkament sterk hygroscopisch is en altijd blijft rekken en krimpen als de RV van de om- geving stijgt of daalt. In het verleden werden perkamenten kaarten opgezet door er rondom zijden draden of stroken Japans papier aan

te zetten en deze op een achterplaat te mon- teren. In het Victoria and Albert Museum in Londen werd in de 90er jaren een methode ontwikkeld om perkamenten manuscripten en fragmenten te monteren met uitrekbare stroken gemaakt van ingesneden Melinex (polyester folie). Het voordeel van Melinex is dat het niet reageert op een veranderende vochtigheidsgraad. Zijden draden en stroken van Japans papier deden dit wel. Door het object eerst te vlakken en de Melinex stroken er onder lichte spanning aan te zetten (met behulp van korte lussen van Japans papier zodat het Melinex het object niet raakt) kan het object zowel krimpen als rekken maar zorgen de stroken steeds voor een gelijkmatige verdeling van de trekspanning. Deze spanning verdwijnt niet na een aantal malen rekken en krimpen. Eliza heeft stroken en stukjes perkament meegebracht zodat iedereen een eigen proefstukje kan opzetten met de verschillende methoden.

De tweede perkamentdag vond plaats in de Universtiteitsbibliotheek van Leiden. Karin Scheeper, aldaar werkzaam, verwelkomde de deelnemers en had een groot aantal door haar gerestaureerde perkamenten banden klaargelegd om te bekijken.

We begonnen deze dag echter met een socratisch gesprek onder leiding van Ernst Spek (docent aan de HKU in Utrecht). Hij confronteerde de deelnemers met hun vooronderstel- lingen bij het maken van restauratiekeuzes en stimuleerde het stellen van informatieve (niet oordelende) vragen. Hiertoe werden in kleine groepjes een aantal casussen besproken en tenslotte ook nog stellingen bedacht met betrekking tot perkament.

Workshop: Asian Papers met Minah Song

Asian Papers and their Application in Paper Conservation

Op 10, 11 en 12 juli 2018 organiseer ik met Restauratoren Nederland de workshop: Asian Papers and their application in paper conservation. De workshop wordt gegeven door Minah Song uit the USA. De workshop vind plaats in Leiden. Voor het aanmelden van deze workshop is een aanmeldformulier beschikbaar, dat is hier te vinden.

Workshop beschrijving:

Instructor: Minah Song (minahsong.com)
Date: July 10th – 12th, 2018, (Tue – Thu) – 3 days
Place: Galery Café Leidse Lente, Haagweg 4, Leiden, The Netherlands.
Enrollment limit : 12
Registration fee: 515 Euro (materials, samples and lunch included)
Regstration: please fill in a Registration form and send to Eliza Jacobi: e.jacobi@studiopapier.nl

Overview


The workshop will start with a theoretical session. Participants will study history and characteristics of Chinese, Korean and Japanese papermaking, including an overview of contemporary East Asian paper production. Several factors that can change the quality of paper during the papermaking process will be indicated and discussed. Participants will be shown microscopic images of the different fibers in Eastern papers.

A set of different Asian paper samples will be provided to each participant, so they can study the papers first hand and examine the fibers, sheet formation, alkali content and the results of different manufacturing processes and drying methods. Participants will also be able to analyze paper mulberry fibers from different countries and observe the changes after cooking with different alkalies.

After a theory session, participants will make small-sized paper using simple tools, with paper mulberry and with cotton fiber as a comparison. These small-sized paper sheets, without sizing, are often useful as repair paper itself. This practice will help participants understand basic papermaking techniques and assist in the creation of their own repair paper of appropriate weight and color.​

Participants will make drying board (a.k.a. karibari) using a honeycomb board and mulberry paper, coated with acrylic dispersion. Drying boards are helpful to control the drying rate  without pressure while keeping the object under tension. This board can also be used as a support for oversized objects.

Participants will study friction drying – flattening Western paper objects with mulberry paper support; a process particularly complicated when applied to uneven thickness, short-fibred or moisture-sensitive paper (e.g. tracing paper).

Participants will also work on various methods of mending and lining, using different Asian papers and adhesives, as appropriate for specific objects, for example: iron-gall ink documents, handmade Western paper, transparent paper, smooth-surface machine-made paper. Participants will try double-sided lining with lightweight mulberry tissue for fragile paper support; they will also line objects and  use the drying boards made on the first day. Participants will test different repair methods using paper mulberry, mitsumata fibers, and Chinese paper with different adhesives, including making  re-moistenable tissue. Some useful tips in toning mulberry paper will be discussed including various applications of acrylic paints (air brush, brush, & dipping) and drying methods (hanging vs air-drying flat).

A comprehensive review of the workshop is available at:

https://www.iiconservation.org/node/7329

 

 

Georganiseerd: workshop Islamic Bookbinding

Van 24-28 Juli 2017 heb ik in Kuala Lumpur bij het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) een workshop georganiseerd over Islamic Bookbinding speciaal voor restauratoren. De workshop werd gepresenteerd door Dr. Karin Scheper. Zij werkt in de UB Leiden en heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de collectie Islamitische boekbanden in de bibliotheek. Hierop is zij gepromoveerd en heeft is het boek “The Technique of Islamic Bookbinding” in 2015 uitgegeven bij Brill. 

De 11  internationale deelnemers van de workshop kwamen uit verschillende landen zoals: Australie, Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten. Ook de papierrestauratoren uit het museum namen deel aan de workshop en konden zo hun kennis op het gebied van boeken vergroten en contacten leggen met de internationale deelnemers.

2 daagse Workshop: natbehandeling van ijzergallusinkt

De laatste workshop die ik in het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) heb gegeven aan de restauratoren ging over het natbehandelen van ijzergallusinkt manuscripten. Deze workshop bestond uit twee dagen. De eerste dag begon met een powerpoint presentatie en uitleg over de risico;s die bij zo’n behandeling komen kijken. Vervolgens kregen alle deelnemers een origineel object onder handen en moesten ze hier een analyse van maken en bedenken wat voor behandeling mogelijk zou zijn. Niet alle objecten kan je zomaar natbehandelen. Vaak in Islamitische manuscripten wordt regelmatig met rode inkt gewerkt. Rode inkt staat er bekend om zeer watergevoelig te zijn. Objecten met rode inkt kunnen dus zelden natbehandeld worden.

De tweede dag was het uitvoeren van een nabehandeling met calciumphytaat. Calciumphytaat is een chelator. Dat betekend dat de corrosieve ijzerdeeltjes die in de ijzergallusinkt zitten worden vastgehouden door de calciumphytaat in het papier waardoor het ijzer niet langer reactief meer is. Deze behandeling is zeer intensief en bestaat uit wel meer dan vier waterige baden en neemt dus ook veel tijd in beslag. Dit brengt risico’s met zich mee voor het object. Deze risico’s hadden we op de eerste dag in kaart gebracht zodat we zoveel mogelijk controle hebben over het uiteindelijke resultaat van deze behandeling op het object.

Educatie voor restauratoren in Kuala Lumpur

Tijdens mijn werk bij het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) heb ik in de loop van het jaar een aantal workshops gegeven voor de restauratoren in het museum. In Maleisie is geen restauratie opleiding, dus de restauratoren leren vooral tijdens het doen en wanneer er andere restauratoren op bezoek komen.

Vanwege mijn specialisatie in ijzergallusinkt en de reparatie van inktvraat gingen de meeste workshops over dit onderwerp. Eén van de eerste workshops was het maken van ijzergallusinkt en ermee schrijven.

Restauratie project in het Kraton in Yogyakarta

Dit verslag verscheen eerder in Au Courant  (2009)

Karton in Yogyakarta

Sinds 5 oktober 2009 woon en werk ik in Yogyakarta, Indonesië. Hier werk ik mee aan een conserverings- en digitaliseringsproject van gebonden manuscripten. Het project is een samenwerkingsverband tussen het Oriëntaals Instituut van de Universiteit van Leipzig en drie bibliotheken in Java. Het project wordt gesponsord door het cultuur en conservering programma van buitenlandse zaken in Duitsland en door de Duitse ambassade in Jakarta. Het gaat in totaal om drie verschillende collecties: die van het Kraton (sultanspaleis) en het Sonobudoyo Museum in Yogyakarta, en die van het Kraton in Solo (Surakarta). De collecties omvatten in totaal zo’n 4000 boeken, die tijdens de komende vier jaar, de looptijd van dit project, zullen worden gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld door middel van een database op internet.

slechte conditie

Veel van de boeken verkeren op dit moment is een zeer slechte conditie, waardoor ze nog niet kunnen worden gedigitaliseerd. Daarvoor zullen ze eerst moeten worden gerestaureerd. In heel Indonesië zijn echter geen professionele opgeleide restauratoren te vinden. Dit betekent dat mensen van hier binnen korte tijd zullen moeten worden opgeleid om de meest noodzakelijke reparaties te kunnen uitvoeren. In het archief van Jakarta werken restauratoren die ongeveer één keer per jaar naar Yogyakarta komen voor een week om een aantal boeken te restaureren.

Ons ‘hoofdkwartier’ is de bibliotheek van het Kraton van Yogyakarta. De conservering van deze collectie moet het voorbeeld worden voor de andere bibliotheken. Hier werken drie mannen die vanuit andere posities binnen het paleis beschikbaar zijn gesteld voor dit project. Ikzelf ben, als enige opgeleide restaurator, verantwoordelijk voor het opstarten en aansturen van het project.

gebruikschade

Het is lastig om te kiezen waarover ik zal schrijven. Er zijn hier zoveel verschillen met Nederland! Ik zou kunnen vertellen over het werken op de grond, sociale en culturele conventies, het taal-probleem (ik spreek nog nauwelijks Indonesisch!), insecten, warmte, luchtvochtigheid, regen, schimmel, en lekkende daken, flexibele interpretaties van werktijden, het gebrek aan geld, materialen en kennis, de manier van bewaren, het enorme probleem met ijzergallusinkt, de bindwijzen van de boeken, het schoonmaken (of het gebrek eraan), de staat van de microfilms van een voorgaand project, het Javaanse schrift en de taal, de al uitgevoerde restauraties, de manier van digitaliseren, de air-conditioning, enzovoorts! Er is te veel om op te noemen!

Laat ik maar gewoon een voorbeeld geven van wat hier zoal gebeurt. Op een dinsdag, zo’n twee weken geleden, was ik druk bezig met het inventariseren van de boeken. Ik had een database gemaakt, en terwijl de andere medewerkers de boeken één voor één schoonmaakten noteerde ik de schade en maakte foto’s. We waren inmiddels tot een soort systeem gekomen: boeken met dusdanig ernstige schade dat ze eigenlijk niet meer konden worden geraadpleegd, legden we apart. Verder werden de boeken nu ook op inventarisnummer geordend in de (inmiddels goed schoongemaakte) kasten, iets dat daarvoor nog niet was gebeurd.

Wat was op deze dag nu het geval? De bibliotheek wordt, zoals valt te verwachten bij een dergelijke instelling, regelmatig bezocht door studenten en onderzoekers van de universiteit. Pitoyo, één van de projectmedewerkers, helpt doorgaans de bezoekers met het vinden van de boeken. Hij vraagt mij dan eerst om toestemming, maar omdat hij nauwelijks Engels spreekt, en ik nauwelijks Indonesisch, kunnen we elkaar eigenlijk niet verstaan, en knik ik dus meestal maar gewoon lachend. Die dag kwam een groep van vijf jonge vrouwelijke studenten naar de boeken kijken. Pitoyo pakte een aantal boeken voor ze uit de kast. Maar daar bleef het niet bij. Stapels en stapels werden aangesleept, en de meisjes gingen gretig aan het werk.

Zoveel vlijt is natuurlijk prachtig, maar tegelijkertijd werd mij op deze dag voor het eerst duidelijk wat hier nu eigenlijk werkelijk het probleem was. Want waarom hadden de meisjes eigenlijk zoveel boeken nodig? Waarom zochten ze niet specifiek naar één boek? En waarom gebruikten ze niet de catalogus? Ik probeerde dat allemaal te vragen aan Pitoyo. Gelukkig was er toevallig iemand aanwezig die een beetje Engels sprak, en me kon helpen met vertalen. De meisjes bleken studenten informatie- en bibliotheek-wetenschappen. Ze waren bezig met een opdracht voor een les, en moesten daarvoor vijf zinnen in het Javaans overschrijven uit de originele boeken.

Ik vroeg Pitoyo vervolgens om aan de meisjes uit te leggen dat ze niet op de boeken mochten schrijven, zeker niet met pen, dat ze de boeken moesten ondersteunen, en in hun geheel op tafel moesten leggen.Wat mij daaraan vooral opviel was de voorzichtigheid waarmee Pitoyo probeerde dit aan de meisjes over te brengen, terwijl hier volgens mij juist duidelijkheid gewenst was. Hij gaf ze, als oplossing, vervolgens een aantal moderne boeken als ondersteuning voor de manuscripten. Dit was het resultaat:

Die dag werd mij veel duidelijk. Niet de insecten, de warmte, luchtvochtigheid of zelf het grote gebrek aan geld was het grootste probleem in deze bibliotheek, maar juist de gebruikers, en hun omgang met de boeken. Tegelijkertijd werd ik me plotseling bewust van de uitdaging om dit, in de sterk hiërarchische Javaanse samenleving, te veranderen. Pitoyo heeft namelijk niet gestudeerd en had duidelijk grote moeite om de studenten te vertellen hoe ze het gebruik van de boeken moesten verbeteren.

Ik vind het ontzettend spannend, maar ook behoorlijk zwaar, om een restauratieproject op te zetten in Indonesië. Door het taalprobleem, maar zeker ook door de culturele verschillen, kost het heel veel tijd om uit te vinden hoe alles hier werkt, wie wat doet, en waarom de dingen gaan zoals ze gaan. In de vier maanden dat ik hier ben zullen we niet aan restaureren toekomen. Voordat daar maar aan kan worden gedacht zal er eerst regelmatiger moeten worden schoongemaakt, en worden gecontroleerd op insecten. Ook zijn er nog niet genoeg materialen voor echte reparaties. Maar vooral zullen mensen anders moeten leren omgaan met boeken.

Toch zullen er veel en ook grote restauraties uitgevoerd moeten worden om de collectie enigszins gebruiksvriendelijk te maken. Er is nog heel veel te doen en (vrijwillige) hulp van professionele restauratoren is ontzettend hard nodig. Zelf vertrek ik op 1 februari weer naar Nederland. Ik heb dan alle manuscripten in het kraton van Yogyakarta geïnventariseerd en gefotografeerd. Verder zal de collectie hier zijn schoongemaakt, en opnieuw geordend. Tot slot zal ik alles dat ik te weten ben gekomen over de drie verschillende bibliotheken bundelen in een verslag, en zo de toekomstige restauratoren informeren over de preventieve conservering ervan. Volgend jaar komen vier Indonesische medewerkers uit Yogyakarta en Solo naar Europa om te leren over boekrestauratie. Ook hoop ik dat meer restauratoren van buiten Indonesië hier naar toe zullen komen om hun kennis beschikbaar te stellen aan deze waardevolle collecties. Hopelijk maakt het werk dat we nu hebben gedaan het mogelijk om in de toekomst daadwerkelijk met restaureren te beginnen!