De grote Hagen kaart

In Januari 2018 was ik gevraagd om de schade die papiervisjes hadden aangericht aan een grote kaart van Leiden in het Academie gebouw van Leiden te restaureren. De Papiervisjes hadden voornamelijk de linker onderhoek van de kaart aangevreten. Blijkbaar hadden ze voorkeur gegeven aan het papier waarop het panorama afgedrukt was, want het ander papier hadden ze volledig met rust gelaten. Dit zou te maken kunnen hebben met de lijm die gebruikt is voor het het opplakken op het linnen. Wel zou het opvallend zijn als er verschillende lijmen gebruikt zouden zijn voor de verschillende delen van de kaart. Want je gaat er vanuit dat de kaart in een sessie op het linnen is geplakt. Waarom de papiervisjes speciaal voorkeur hadden voor dit papier zou verder onderzoek moeten uitwijzen.

De schade heb ik gerepareerd met op kleur gebracht Japans papier. De delen waar de papiervisjes alleen een beetje het oppervlak hadden afgegraasd heb ik ingevuld met een mengsel van cellulose poeder (zie mij bericht van nov 2017) en methyl cellulose (methyl cellulose ofwel MC is een lijm die erg lijkt op behandelplak, alleen gebruiken wij een lijm die chemisch ‘schoner’ is). Het geheel heb ik op zo’n manier ingelijst dat het een stuk moeilijker is geworden voor de papiervisjes om bij de kaart de komen. Maar ik kan niet garanderen dat de papiervisjes niet toch een manier vinden om bij de kaart te komen.

De restauratie van de kaart haalde zelfs de media:

Omroepwest Radio

Instagram

Omroepwest

Nos

Gevolgd: workshop infilling and inpainting

In Oktober 2017 heb ik in Amsterdam de drie-daagse workshop gevolgd Inpainting  and Loss Compensation on Paper. De workshop werd gegeven door Rita Udina en Amparo Escolano. Zij vertelde ons over verschillende manieren om de kleur en textuur  van ontbrekende delen in je tekening zo goed mogelijk gelijkend te krijgen met het origineel. Hiervoor gebruiken ze bijvoorbeeld mallen om de textuur van het origineel over te nemen. Ook werd uitgebreid het gebruik van cellulose poeder en de het aanbrengen met de airbrush geoefend. Het was een workshop vol nieuwe technieken en er was genoeg tijd om deze te oefenen.

 

Gevolgd: Workshop Japans papierscheppen

In september 2017 volgde ik de twee-daagse workshop Japans papierscheppen in Haren (Groningen) in de prachtige studio van Pien Rotterdam (Water Leaf Paper & Words). De workshop werd gegeven door Rogier Uitenboogaart, een Nederlander die al meer dan 30 jaar in Japan woont en daar het vak van het Japans papierscheppen door en door heeft geleerd en zijn eigen papierscheppen workshop heeft. Daarnaast verbouwt hij, als een van de weinige papierscheppers, ook zijn eigen papierplanten. Hij verbouwt Kozo, Mitsumata en hoog in de bergen zijn de Gampi planten te vinden waarvan het niet mogelijk is om deze te cultiveren.

Tijdens de workshop hadden we de mogelijkheid om delen van het verwerken van de plant vezel zelf te doen. Daarnaast was er veel tijd voor het papier  scheppen met de drie verschillende vezels: Kozo, Mitsumata en Gampi.

Rogier deelde veel informatie met ons over de verwerking van de planten en de eigenschappen van de drie verschillende vezels. Tijdens het scheppen konden we zelf ervaren hoe het was om op de Japanse manier papier te scheppen (zeer anders dan de westerse manier, en ook weer anders dan de Koreaanse manier, zie een eerder bericht). En het was zeer interessant om eens met eigen ogen en handen te kunnen zien en voelen hoe de vezels reageren tijdens het scheppen en drogen.

Het was een fantastische workshop, en het resultaat was meer dan 25 vel zelf geschept Japans papier!

Georganiseerd: workshop Islamic Bookbinding

Van 24-28 Juli 2017 heb ik in Kuala Lumpur bij het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) een workshop georganiseerd over Islamic Bookbinding speciaal voor restauratoren. De workshop werd gepresenteerd door Dr. KarinScheper. Zij werkt in de UB Leiden en heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de collectie Islamitische boekbanden in de bibliotheek. Hierop is zij gepromoveerd en heeft is het boek “The Technique of Islamic Bookbinding” in 2015 uitgegeven bij Brill. 

De 11  internationale deelnemers van de workshop kwamen uit verschillende landen zoals: Australie, Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten. Ook de papierrestauratoren uit het museum namen deel aan de workshop en konden zo hun kennis op het gebied van boeken vergroten en contacten leggen met de internationale deelnemers.

2 daagse Workshop: natbehandeling van ijzergallusinkt

De laatste workshop die ik in het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) heb gegeven aan de restauratoren ging over het natbehandelen van ijzergallusinkt manuscripten. Deze workshop bestond uit twee dagen. De eerste dag begon met een powerpoint presentatie en uitleg over de risico;s die bij zo’n behandeling komen kijken. Vervolgens kregen alle deelnemers een origineel object onder handen en moesten ze hier een analyse van maken en bedenken wat voor behandeling mogelijk zou zijn. Niet alle objecten kan je zomaar natbehandelen. Vaak in Islamitische manuscripten wordt regelmatig met rode inkt gewerkt. Rode inkt staat er bekend om zeer watergevoelig te zijn. Objecten met rode inkt kunnen dus zelden natbehandeld worden.

De tweede dag was het uitvoeren van een nabehandeling met calciumphytaat. Calciumphytaat is een chelator. Dat betekend dat de corrosieve ijzerdeeltjes die in de ijzergallusinkt zitten worden vastgehouden door de calciumphytaat in het papier waardoor het ijzer niet langer reactief meer is. Deze behandeling is zeer intensief en bestaat uit wel meer dan vier waterige baden en neemt dus ook veel tijd in beslag. Dit brengt risico’s met zich mee voor het object. Deze risico’s hadden we op de eerste dag in kaart gebracht zodat we zoveel mogelijk controle hebben over het uiteindelijke resultaat van deze behandeling op het object.

Educatie voor restauratoren in Kuala Lumpur

Tijdens mijn werk bij het Islamic Arts Museum Malaysia (IAMM) heb ik in de loop van het jaar een aantal workshops gegeven voor de restauratoren in het museum. In Maleisie is geen restauratie opleiding, dus de restauratoren leren vooral tijdens het doen en wanneer er andere restauratoren op bezoek komen.

Vanwege mijn specialisatie in ijzergallusinkt en de reparatie van inktvraat gingen de meeste workshops over dit onderwerp. Eén van de eerste workshops was het maken van ijzergallusinkt en ermee schrijven.

Gevolgd: workshop Pigmenten en de polarisatie microscoop

Pigmenten en de polarisatie microscoop

(Dit verslag verscheen eerder in Au Courant jan. 2014)

In mei 2013 volgde ik de vijf-daagse cursus ‘Pigments and the Polarising Microscope’, gegeven door Peter McTaggert (en aangeboden via Acadamic Projects, Londen). Peter was restaurator van klavecimbels en heeft tijdens zijn werk veel pigment-onderzoek gedaan. Hiermee heeft hij al 60 (!) jaar evaring. Deze workshop geeft hij nu dertig jaar. Toen hij ermee begon, in de jaren ’80, dacht hij na drie keer wel zo’n beetje alle belangstellenden te hebben gehad. Niets bleek minder waar. Mensen van over de hele wereld komen nog steeds ieder jaar voor de workshop, die hij geeft in zijn eigen huis in Somerset (UK). Ondertussen is Peter al ver in de tachtig, en lijkt het er helaas op dat 2013 het laatste jaar was dat hij de workshop gaf.

De workshop draait om het leren herkennen van pigmenten met behulp van een polarisatiemicroscoop. Dit is een type doorlichtmicroscoop met twee polarisatiefilters. Deze filters laten alleen licht door in een bepaalde richting. Als je de filters zo draait dat ze gekruist op elkaar komen te staan laten ze dus geen licht meer door. Het pigment ligt tussen de twee filters. Veel pigmenten zijn optisch anisotroop, wat betekent dat, als er een lichtstraal op valt die maar in één richting golft, het kristal (van het pigment) ervoor zorgt dat het licht er in twee stralen uitkomt. Zo ontstaat het verschijnsel dat ‘dubbele breking’ wordt genoemd, en waarmee pigmenten te herkennen zijn.

De vijf dagen waren lang en intensief. In totaal waren er vier cursisten: met mij twee schilderijen-restauratoren, een muurschildering-restaurator. Laat me proberen in het kort een indruk te geven van wat er zoal voorbij is gekomen tijdens de workshop.

Op de eerste dag leerden we over de werking van de polarisatiemicroscoop, de verschillende onderdelen en toepassingen ervan. Dit was een grondige introductie: we kregen nog geen pigment te zien. Peter ging in op de constructie en het gebruik van de microscoop, de werking van de lenzen en de breking van licht.

Ook kregen we uitleg over hoe je de microscoop precies moet instellen om het best mogelijke beeld te bereiken (een dergelijke uitleg is ook te vinden op diverse websites, bijvoorbeeld www.microscopyu.com/tutorials/java/kohler).

Dag 1 was er vooral op gericht dat, mocht je na de cursus zelf een microscoop willen aanschaffen, je precies zou weten waarop je moet letten, en welke eigenschappen de verschillende onderdelen moeten hebben. Peter vertelde herhaaldelijk dat je voor het herkennen van pigmenten niet de allermooiste of duurste hightech microscoop nodig hebt. Tijdens de cursus werkten we elke dag met een andere microscoop, variërend van onbekende, goedkope Russische modellen tot een state of the art jaren ‘50 microscoop van Zeiss. Inderdaad konden we met al deze microscopen goed uit de voeten.

De tweede en derde dag gingen voornamelijk over de breking van licht in kristalstructuren en de verschillende eigenschappen van kristallen (zoals isotropie en anisotropie, brekingindex, reliëf, interferentiefiguren, elongatie, uitdovingshoeken en pleochroïsme) en hoe je deze eigenschappen herkent. Duidelijk werd dat elk pigment één of een aantal van deze eigenschappen heeft, en dat dit de doorslag geeft voor het identificatieproces. Dit was behoorlijk ingewikkelde theorie, maar Peter wist het helder uit te leggen, daarbij gebruik makend van leuke, zelfgemaakte voorbeelden waardoor het allemaal goed te volgen en begrijpen was.

Een voorbeeld met betrekking tot de eigenschappen ‘isotroop’ en ‘anisotroop’. Bij isotrope mineralen heeft het licht in alle richtingen binnen het kristal dezelfde snelheid. Er is dan sprake van een brekingsindex. Kwarts is anisotroop. Het licht dat uit de polarisator komt trilt in een vlak en is dus gepolariseerd. Als het vervolgens door het kwartskristalletje gaat splitst de enkele lichtstraal zich in twee afzonderlijke lichtstralen die in onderling loodrechte vlakken trillen. Elk van deze lichtstralen gaat met een andere snelheid door het kristal heen en heeft dus een eigen brekingsindex. Dit noemt men ‘dubbelbrekend’.

Op dag 4 en 5 hebben we zo’n 100 verschillende pigmenten, één voor één, bekeken en besproken. De cursus eindigde met een test, waarbij we 5 onbekende pigmenten en 5 mixen van pigmenten zelfstandig moesten identificeren. Dit lukte me met uitzondering van één pigment.

Het identificeren van pigmenten is iets wat je voortdurend moet bijhouden door te oefenen. Zelf heb ik dan ook recent een polarisatiemicroscoop aangeschaft via Ebay. Inclusief een aantal extra lenzen was ik zo’n 150 Euro kwijt aan een kwalitatief goede microscoop van het merk Meyopta. Er is dus een relatief kleine investering nodig om deze onderzoekstechniek in huis te halen. Voor mij ging er tijdens de workshop een nieuwe wereld open. Ik raakte gefascineerd door de prachtige kleurrijke beelden die een polarisatiemicroscoop mij toonde, en ik hoop in de toekomst deze techniek ook vaker tijdens mijn werk te kunnen gebruiken.

Restauratie project in het Kraton in Yogyakarta

Dit verslag verscheen eerder in Au Courant  (2009)

Karton in Yogyakarta

Sinds 5 oktober 2009 woon en werk ik in Yogyakarta, Indonesië. Hier werk ik mee aan een conserverings- en digitaliseringsproject van gebonden manuscripten. Het project is een samenwerkingsverband tussen het Oriëntaals Instituut van de Universiteit van Leipzig en drie bibliotheken in Java. Het project wordt gesponsord door het cultuur en conservering programma van buitenlandse zaken in Duitsland en door de Duitse ambassade in Jakarta. Het gaat in totaal om drie verschillende collecties: die van het Kraton (sultanspaleis) en het Sonobudoyo Museum in Yogyakarta, en die van het Kraton in Solo (Surakarta). De collecties omvatten in totaal zo’n 4000 boeken, die tijdens de komende vier jaar, de looptijd van dit project, zullen worden gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld door middel van een database op internet.

slechte conditie

Veel van de boeken verkeren op dit moment is een zeer slechte conditie, waardoor ze nog niet kunnen worden gedigitaliseerd. Daarvoor zullen ze eerst moeten worden gerestaureerd. In heel Indonesië zijn echter geen professionele opgeleide restauratoren te vinden. Dit betekent dat mensen van hier binnen korte tijd zullen moeten worden opgeleid om de meest noodzakelijke reparaties te kunnen uitvoeren. In het archief van Jakarta werken restauratoren die ongeveer één keer per jaar naar Yogyakarta komen voor een week om een aantal boeken te restaureren.

Ons ‘hoofdkwartier’ is de bibliotheek van het Kraton van Yogyakarta. De conservering van deze collectie moet het voorbeeld worden voor de andere bibliotheken. Hier werken drie mannen die vanuit andere posities binnen het paleis beschikbaar zijn gesteld voor dit project. Ikzelf ben, als enige opgeleide restaurator, verantwoordelijk voor het opstarten en aansturen van het project.

gebruikschade

Het is lastig om te kiezen waarover ik zal schrijven. Er zijn hier zoveel verschillen met Nederland! Ik zou kunnen vertellen over het werken op de grond, sociale en culturele conventies, het taal-probleem (ik spreek nog nauwelijks Indonesisch!), insecten, warmte, luchtvochtigheid, regen, schimmel, en lekkende daken, flexibele interpretaties van werktijden, het gebrek aan geld, materialen en kennis, de manier van bewaren, het enorme probleem met ijzergallusinkt, de bindwijzen van de boeken, het schoonmaken (of het gebrek eraan), de staat van de microfilms van een voorgaand project, het Javaanse schrift en de taal, de al uitgevoerde restauraties, de manier van digitaliseren, de air-conditioning, enzovoorts! Er is te veel om op te noemen!

Laat ik maar gewoon een voorbeeld geven van wat hier zoal gebeurt. Op een dinsdag, zo’n twee weken geleden, was ik druk bezig met het inventariseren van de boeken. Ik had een database gemaakt, en terwijl de andere medewerkers de boeken één voor één schoonmaakten noteerde ik de schade en maakte foto’s. We waren inmiddels tot een soort systeem gekomen: boeken met dusdanig ernstige schade dat ze eigenlijk niet meer konden worden geraadpleegd, legden we apart. Verder werden de boeken nu ook op inventarisnummer geordend in de (inmiddels goed schoongemaakte) kasten, iets dat daarvoor nog niet was gebeurd.

Wat was op deze dag nu het geval? De bibliotheek wordt, zoals valt te verwachten bij een dergelijke instelling, regelmatig bezocht door studenten en onderzoekers van de universiteit. Pitoyo, één van de projectmedewerkers, helpt doorgaans de bezoekers met het vinden van de boeken. Hij vraagt mij dan eerst om toestemming, maar omdat hij nauwelijks Engels spreekt, en ik nauwelijks Indonesisch, kunnen we elkaar eigenlijk niet verstaan, en knik ik dus meestal maar gewoon lachend. Die dag kwam een groep van vijf jonge vrouwelijke studenten naar de boeken kijken. Pitoyo pakte een aantal boeken voor ze uit de kast. Maar daar bleef het niet bij. Stapels en stapels werden aangesleept, en de meisjes gingen gretig aan het werk.

Zoveel vlijt is natuurlijk prachtig, maar tegelijkertijd werd mij op deze dag voor het eerst duidelijk wat hier nu eigenlijk werkelijk het probleem was. Want waarom hadden de meisjes eigenlijk zoveel boeken nodig? Waarom zochten ze niet specifiek naar één boek? En waarom gebruikten ze niet de catalogus? Ik probeerde dat allemaal te vragen aan Pitoyo. Gelukkig was er toevallig iemand aanwezig die een beetje Engels sprak, en me kon helpen met vertalen. De meisjes bleken studenten informatie- en bibliotheek-wetenschappen. Ze waren bezig met een opdracht voor een les, en moesten daarvoor vijf zinnen in het Javaans overschrijven uit de originele boeken.

Ik vroeg Pitoyo vervolgens om aan de meisjes uit te leggen dat ze niet op de boeken mochten schrijven, zeker niet met pen, dat ze de boeken moesten ondersteunen, en in hun geheel op tafel moesten leggen.Wat mij daaraan vooral opviel was de voorzichtigheid waarmee Pitoyo probeerde dit aan de meisjes over te brengen, terwijl hier volgens mij juist duidelijkheid gewenst was. Hij gaf ze, als oplossing, vervolgens een aantal moderne boeken als ondersteuning voor de manuscripten. Dit was het resultaat:

Die dag werd mij veel duidelijk. Niet de insecten, de warmte, luchtvochtigheid of zelf het grote gebrek aan geld was het grootste probleem in deze bibliotheek, maar juist de gebruikers, en hun omgang met de boeken. Tegelijkertijd werd ik me plotseling bewust van de uitdaging om dit, in de sterk hiërarchische Javaanse samenleving, te veranderen. Pitoyo heeft namelijk niet gestudeerd en had duidelijk grote moeite om de studenten te vertellen hoe ze het gebruik van de boeken moesten verbeteren.

Ik vind het ontzettend spannend, maar ook behoorlijk zwaar, om een restauratieproject op te zetten in Indonesië. Door het taalprobleem, maar zeker ook door de culturele verschillen, kost het heel veel tijd om uit te vinden hoe alles hier werkt, wie wat doet, en waarom de dingen gaan zoals ze gaan. In de vier maanden dat ik hier ben zullen we niet aan restaureren toekomen. Voordat daar maar aan kan worden gedacht zal er eerst regelmatiger moeten worden schoongemaakt, en worden gecontroleerd op insecten. Ook zijn er nog niet genoeg materialen voor echte reparaties. Maar vooral zullen mensen anders moeten leren omgaan met boeken.

Toch zullen er veel en ook grote restauraties uitgevoerd moeten worden om de collectie enigszins gebruiksvriendelijk te maken. Er is nog heel veel te doen en (vrijwillige) hulp van professionele restauratoren is ontzettend hard nodig. Zelf vertrek ik op 1 februari weer naar Nederland. Ik heb dan alle manuscripten in het kraton van Yogyakarta geïnventariseerd en gefotografeerd. Verder zal de collectie hier zijn schoongemaakt, en opnieuw geordend. Tot slot zal ik alles dat ik te weten ben gekomen over de drie verschillende bibliotheken bundelen in een verslag, en zo de toekomstige restauratoren informeren over de preventieve conservering ervan. Volgend jaar komen vier Indonesische medewerkers uit Yogyakarta en Solo naar Europa om te leren over boekrestauratie. Ook hoop ik dat meer restauratoren van buiten Indonesië hier naar toe zullen komen om hun kennis beschikbaar te stellen aan deze waardevolle collecties. Hopelijk maakt het werk dat we nu hebben gedaan het mogelijk om in de toekomst daadwerkelijk met restaureren te beginnen!