Gevolgd: Hanji papierscheppen

Hanji papier scheppen (deel 2)

Het maken van Hanji papier is een zeer arbeidsintensief en langdurig en precies proces voor het gemak heb ik het hier opgedeeld in zeven stappen die ik elk uitleg.

De moerbeiboom: groei, oogst en gebruik.

De moerbeiboom (dak) is waar alles om draait. Er wordt altijd met eenjarige takken gewerkt. Tijdens de groei worden kleine uitgroeisels aan de takken zoveel mogelijk gesnoeid zodat alle energie in de tak gaat zitten. Daarnaast wil de papiermaker een zo’n recht mogelijke tak hebben. Dat levert de beste kwaliteit vezels op. Bij het snoeien van de dak, tussen november en februari, worden de takken afgeknipt tot ongeveer 10 cm boven de grond. Het volgende jaar groeien hier weer nieuwe takken uit. Na zeven jaar heb je de beste kwaliteit dak.

IMG_2942.jpg

Stomen, drogen en schrapen

De gesnoeide takken worden gebundeld en verticaal in een grote ketel met een laagje water gezet. Daaronder wordt een houtvuur gestookt. De stengels worden afgedekt en het geheel wordt zo’n vijf tot acht uur gestoomd (dakmuji). Door het stomen krimpt de bast een beetje, waardoor deze makkelijk los te halen is.

Na het loshalen van de bast blijft er een witte kale tak over. Dit is een restproduct. Meestal worden er vuurtjes van gestookt. De bast bestaat uit een bruin/groen buitenste deel (heukpi) en een wit binnenste deel (baekpi). Na drogen kan de bast het gehele jaar worden verwerkt. Voor een hoge kwaliteit papier kan alleen het binnenste gedeelte worden gebruikt. Soms wordt ook het buitenste deel van de bast benut. Zo ontstaat een decoratief papier dat bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor het maken van behang.

Om het witte en het bruine deel te scheiden wordt de bast geweekt in water en geschraapt. Dit is een zwaar en arbeidsintensief onderdeel van het proces maar cruciaal om een schone witte vezel te krijgen.

Omdat de arbeidskosten steeds hoger worden wordt deze stap steeds vaker overgeslagen. De gehele bast wordt dan gebruikt en gebleekt. Het resultaat is een relatief goedkoop papier van (veel) lagere kwaliteit. 

Koken en spoelen

De schoongeschraapte bast wordt gekookt in een alkalische oplossing (jeunghae). Hiervoor is as nodig, verkregen uit het verbranden van verschillende gewassen (sojabonen, katoen, peperplanten). De grote zakken as zijn het meest waardevolle bezit van de papiermaker. Het produceren van goede as is ook arbeidsintensief werk en de kans op mislukking – een verkeerde pH-waarde – is relatief groot. Om deze reden gebruiken veel papiermakers tegenwoordig kant-en-klare oplossingen (natriumcarbonaat of natriumhydroxide).

Na het koken worden de vezels grondig gewassen totdat er geen enkele vervuiling meer in zit. Ook kunnen de vezels enkele dagen in de zon worden gezet, in grote bakken in het water, om zo de vezel te bleken en een nog witter papier te krijgen. 

Het slaan en/of malen van de vezels

Na het koken zijn de vezels nog steeds als bundels aan elkaar verbonden. Om de individuele vezels van elkaar los te krijgen (zodat ze geschept kunnen worden) moeten ze worden geslagen (gohae). Er zijn nog steeds enkele papiermakers die dit met de hand doen. Zij leggen de vezels op een groot, plat stuk graniet en bewerken het vervolgens langdurig met een lange houten stok. We hebben het zelf ook geprobeerd: een fijn karwij als je wat energie kwijt moet, maar dus ook erg zwaar. Tegenwoordig gebruiken de meeste papiermakers een machine die de vezels in vijf minuten maalt, waarna ze klaar zijn voor gebruik. Ook bij deze stap wordt er voortdurend gecontroleerd op overgebleven vuil. 

Dakpul: een viskeuze substantie

Om papier te kunnen scheppen moeten de vezels worden gemengd met water. Om te voorkomen dat de vezels direct naar de bodem van het vat zinken en samenklonteren worden de vezels in dispersie gebracht met behulp van een viskeuze vloeistof. In Korea gebruiken ze hiervoor, net als in Japan, de wortel van de hibiscus maar net een andere soort (hibiscus manihot). De temperatuur is hierbij van groot belang. Hoe kouder het water, hoe hoger de viscositeit. Wij mochten zelf de wortel uit de grond trekken, die vervolgens werd schoongespoeld en gestampt in een grote bak met water. Het product was een zeer viskeuze substantie die werd opgevangen en toegevoegd aan het mengsel van water en vezels.

Webal: papierscheppen

Toen het vat gevuld was met water, dakpul en de pulp van vezels (3%) konden we beginnen met scheppen. We hebben twee technieken geprobeerd: heulimtteugi (ook wel webaltteugi genoemd), een typische Koreaanse techniek, en gadumtteugi, de scheptechniek die ook in Japan wordt gebruikt. Bij de meer bekende Japanse techniek, gadumtteugi, wordt het mengsel van water en pulp langs de voorzijde van het schepraam opgeschept, (heftig) naar voor en achter geschud en vervolgens aan de achterzijde weer eruit gegooid. Een schepraam houdt het mengsel enige tijd op de zeef. Bij heulimtteugi wordt er van links naar rechts geschept en voortdurend door het water heen. Het water/pulp mengsel glijdt dus in een continue beweging heen en weer over het oppervlak van de zeef om er aan de tegenovergestelde kant weer van af te glijden. Er wordt geen raam op de zeef gelegd en het water wordt dus ook niet vastgehouden. De techniek is dus zeer dynamisch en verreist minstens twintig keer scheppen in het water om genoeg vezels op de zeef te krijgen (daar waar je met de gadumtteugi techniek na 2-3 keer scheppen klaar bent).

Terwijl de gadumtteugi techniek een papier oplevert met een relatief sterke looprichting (in de richting van de korte zijde), levert de heulimtteugi techniek een papier op waarin de vezels kriskras in elkaar grijpen. Het resultaat is een zeer sterk papier zonder duidelijke looprichting.

De heulimtteugi techniek heeft ook nog een ander opvallend kenmerk. In tegenstelling tot de Japanse techniek heeft de zeef geen doorlopende kettinglijnen. Deze lopen slechts tot de helft en verspringen dan een stukje. De reden hiervoor is dat hanji papier meestal uit twee lagen bestaat. Bij doorlopende kettinglijnen zou het papier op de betreffende plek heel zwak worden. Doordat de kettinglijnen verspringen, en doordat bij het koetsen van het papier de zeef wordt omgedraaid ten opzichte van het vorige vel, komen de kettinglijnen van de twee lagen niet op elkaar terecht en ontstaat er geen zwakke plek. 

Persen, drogen en gladmaken

Nadat de papierschepper een flinke stapel papier heeft geschept (alle geschepte vellen worden op elkaar gelegd), wordt de gehele stapel gedurende een nacht in een hydraulische pers gezet. Zo wordt al het overtollige water eruit geduwd. De volgende dag worden de vellen papier voorzichtig van elkaar los getrokken en gedroogd. Tijdens het scheppen is tussen elk vel een blauwe draad gelegd zodat duidelijk is waar een nieuw vel begint. Het vel papier wordt met behulp van een stok langs de lange zijde los getrokken en op een stalen tafel geplaatst die verwarmd is. Vervolgens moet in een razend snel tempo het vel worden aangeduwd met een grote borstel zodat het papier goed strak tegen het stalen oppervlak zit en mooi glad opdroogt. Het drogen op de stalen tafel duurt zo’n drie minuten. Hanji papier kan dan nog op verschillende manier afgewerkt worden. Een traditionele manier is het gebruik van een dochim. Dit is een grote houten arm die hard neerslaat op een blok graniet. Hiertussen wordt een dik pak papier gelegd (zo’n honderd vel per keer) en zo wordt het papier hard gestampt en in feite gekalanderd. Het papier krijgt zo een dicht oppervlak waardoor het bijvoorbeeld zeer geschikt wordt voor kalligrafie. De inkt wordt dan niet al te zeer door het papier opgezogen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.